3. Acht sokjes en een sjaal. 2017-09-20T11:00:00+00:00

3. Acht sokjes en een sjaal.

Toeloeloe en Harrie zitten in de vacht van Simone het schaap. Het is er heerlijk warm. Harrie valt meteen in slaap.

‘Simone?’ vraagt Toeloeloe. ‘Is het altijd zo koud op Texel?’

Simone schudt haar kop. ‘Nee, hoor,’ antwoordt ze. ‘In de zomer kan het hier ook heel warm zijn. Maar nu is het winter.’

Toeloeloe rilt. ‘Heb jij het niet koud?’ vraagt ze bezorgd.

Simone begint te lachen. ‘Welnee. Ik heb een dikke vacht. Dat is mijn winterjas.’

‘Ik wou dat ik zo’n jas had,’ zucht Toeloeloe.

Simone denkt diep na. Ze wil Toeloeloe en Harrie graag helpen.

‘Ik heb een idee,’ zegt ze na een tijdje. ‘Misschien kun je van mijn vacht wel een jasje maken!’

‘Hûh?’ zegt Toeloeloe verbaasd. ‘Dat kan toch helemaal niet?’

‘Jawel,’ juicht Simone. ‘Dat kan wel. Kan je breien?’

‘Natuurlijk kan ik breien,’ antwoordt Toeloeloe. ‘Dat heb ik van mijn moeder geleerd.’

‘Mooi zo,’ zegt Simone tevreden. ‘Knip dan nu maar met jouw scharenpootjes een grote pluk haar uit mijn vacht.’

Toeloeloe kijkt Simone verbaasd aan. ‘Maar dat doet toch pijn?’

‘Welnee,’ zegt Simone. ‘Daar merk ik helemaal niets van.’

Toeloeloe vindt het maar eng.  Voorzichtig knipt ze een plukje vacht.

‘Voel je iets?’ vraagt ze bezorgd.

Simone schudt haar kop.

Toeloeloe knipt nog een plukje vacht. En dan nog één en nog één. Even later ligt er een grote wolk schapenvacht voor haar neus.

‘En wat moet ik nu doen?’ vraagt Toeloeloe nieuwsgierig.

‘Nu ga je van de vacht lange draden maken. Je rolt de vacht heen en weer tussen jouw pootjes. En tegelijk trek je er ook een beetje aan.’

Toeloeloe doet precies wat Simone zegt. En ja hoor, langzaam worden de plukjes vacht een lange draad. Toeloeloe rolt en trekt en rolt en trekt. De draad wordt steeds langer. Hij raakt de grond al.

‘Nu moet je er een bolletje van maken,’ zegt Simone. ‘Anders raakt de draad in de knoop. Misschien kan Harrie jou wel helpen.’

Dat vindt Toeloeloe een goed idee. ‘Harrie! Harrie! Wakker worden!’

Harrie doet zijn oogjes open. ‘Wat is er?’ vraagt hij gapend.

‘Je moet me helpen,’ antwoordt Toeloeloe. ‘Je moet van deze lange draad een bolletje maken. Kan je dat?’

‘Natuurlijk kan ik dat,’ zegt Harrie.  Hij pakt de draad en windt hem op.

Even later houdt Harrie twee bolletjes wol in zijn pootjes.

‘Nu kun je gaan breien,’ zegt Simone.

‘Ik wil graag een sjaal,’ roept Harrie. ‘En ik wil sokjes,’ zegt Toeloeloe.

‘Weet je dat zeker?’ lacht Harrie. ‘Dan moet je er een heleboel maken. Je kunt beter een muts breien.’

Toeloeloe schudt haar hoofd. ‘Een muts kriebelt. En ik kan heel snel breien, want ik heb heel veel pootjes.’

Toeloeloe pakt een bolletje wol. ‘Hoe moet het ook al weer?’ vraagt ze zich af. ‘Ik ben het een beetje vergeten. Uhm …Insteken, omslaan, doorhalen en eraf laten glippen. Ja, zo moet het. Ik weet het weer.’

Toeloeloe breit als een dolle. Tik tik tik. Haar pootjes gaan heen en weer. Tik tik tik.

‘Klaar!’ roept ze na een kwartier. Kijk nou dan!  Toeloeloe heeft een prachtige sjaal voor Harrie gebreid. Harrie doet hem meteen om.

‘Dank je wel,’ roept hij blij. ‘Nu heb ik het niet koud meer!’

Tien minuten later zijn ook de sokjes klaar. Toeloeloe trekt ze aan. Wat zitten ze lekker. Haar pootjes zijn heerlijk warm.

  • Toeloeloe en Harrie