Project Description

32. Naar huis!

‘Ik wil niet op de rug van Ollie vliegen,’ roept Harrie. ’Dat vind ik eng. Straks val ik er nog af!’

Toeloeloe zucht. ‘Kom op nou, Harrie. Het is helemaal niet eng. Ollie is heel groot. Je vindt het vast heel leuk.’

Harrie schudt zijn kop. ‘Ik ga niet mee!’

‘Oké,’ zegt Toeloeloe ongeduldig. ‘Dan ga ik wel alleen naar huis. Blijf jij maar lekker hier. Toedeloe!’

Toeloeloe loopt weg.

Harrie kijkt haar beteuterd na. Wat doet Toeloeloe nou? Hij wil helemaal niet alleen achterblijven. Hij wil ook naar huis. Snel rent hij achter Toeloeloe aan.

‘Zijn jullie daar eindelijk?’ zegt Ollie. ‘We moeten gaan. Klim maar gauw op mijn rug.’

Toeloeloe klimt snel langs Ollie’s poten omhoog. Harrie staat nog steeds op de grond.

‘Hij durft niet,’ legt Toeloeloe uit. ‘Hij heeft een beetje hoogtevrees.’

‘Oh, dat geeft niets,’ zegt Ollie vriendelijk. ‘Kom maar, Harrie. Het is niet eng. Ik zweef heel rustig op de wind. Als je het spannend vindt, doe je gewoon je ogen dicht.’

Harrie zucht. ‘Vooruit dan maar,’ mompelt hij.

Even later zweven de vriendjes op de rug van Ollie door de lucht.  Toeloeloe vindt het heerlijk. Het kriebelt zo lekker in haar buik. Harrie houdt zich stevig vast. Hij durft niet naar beneden te kijken. Hij kijkt liever naar de wolken in de lucht.

‘Ga maar lekker slapen,’ zegt Ollie. ‘Dan gaat de tijd veel sneller. Wacht, ik zing een slaapliedje voor je.’

Ollie begint te zingen. ‘Slaap Harrie slaap. Daarbuiten loopt een schaap. Een schaap met witte voetjes…..’

Harrie slaapt meteen. Toeloeloe kletst en kletst tot ze ook heel moe is en in slaap valt.

Ollie zweeft hoog door de lucht. Hij heeft de wind mee, dus de reis gaat lekker snel.

Ollie vliegt dag en nacht.  Toeloeloe en Harrie slapen aan één stuk door. Ze zijn zo moe van alle avonturen.

Op de vierde dag wordt Toeloeloe wakker.

‘Daar! Daar!’ roept ze ineens en wijst naar beneden. ‘Daar in de verte! Daar is ons eiland. Kijk dan, Harrie. Ik zie onze vuurtoren!’

Harrie kijkt heel voorzichtig naar beneden. Oei, wat kriebelt dat in zijn buik.

Ollie gaat steeds lager vliegen tot ze vlak boven het eiland is.

‘Weet je zeker dat dit jullie eiland is?’ vraagt hij.

‘Heel zeker,’ antwoordt Toeloeloe. ‘Kijk nou. Daar zijn mijn papa en mama en mijn zusjes. En Harrie, jouw familie is er ook!’

Harrie kijkt naar beneden. Hij ziet zijn papa en mama en zijn broertjes en zusjes. Toeloeloe en Harrie zwaaien en zwaaien. Maar o jee, ze zwaaien zo hard dat ze hun evenwicht verliezen. Ze glijden van Ollie’s rug en vallen naar beneden.

‘Help!’ schreeuwt Harrie geschrokken. ‘Jippie, ik vlieg,’ juicht Toeloeloe.

Gelukkig vliegt Ollie niet zo hoog meer. Harrie komt precies in de pootjes van zijn vader terecht. En mama krab vangt Toeloeloe op.

‘Hebbes!’ roept papa hagedis. Hij geeft Harrie een dikke kus.

‘Ik heb je,’ lacht mama krab en ze zoent Toeloeloe op haar neus. Iedereen juicht. ‘Hoera, Toeloeloe en Harrie zijn weer thuis!’

Er wordt heel wat afgeknuffeld.

‘Oh wat ben ik blij dat ik weer thuis ben,’ roept Toeloeloe blij.

‘Ik ook,’ juicht Harrie. ‘Op vakantie gaan is leuk. Maar thuiskomen is nog leuker!’