4. Een sneeuwhagedis 2017-09-28T17:49:53+00:00

4. Een sneeuwhagedis

 

 

Toeloeloe en Harrie lopen door de wei.

Ze hebben het niet zo koud meer. De sjaal en de sokjes zijn heerlijk warm.

Ineens valt er iets op Harrie’s snuit. Plets. Wat is dat nou? Harrie kijkt verbaasd om zich heen. Hij ziet niets.

Dan valt er weer iets op zijn snuit. Plets.

‘Gooide jij iets?’ vraagt Harrie aan Toeloeloe.

‘Nee,’ zegt Toeloeloe. ‘Hoezo?’

‘Er viel net iets op mijn snuit,’ antwoordt Harrie.

Toeloeloe kijkt hem aan. Ze ziet helemaal niets. ‘Dat heb je vast gedroomd.’

Harrie schudt zijn kop. ‘Ik weet zeker dat er iets op mijn snuit viel. Twee keer zelfs.’

Toeloeloe lacht. Die Harrie. Die denkt altijd dat er vreemde dingen gebeuren.

Plets. Nu valt er ook iets op Toeloeloe’s hoofd. Plets. Plets.

Toeloeloe kijkt naar de lucht. Er dwarrelen kleine witte dingetjes naar beneden.

‘Bukken,’ roept Toeloeloe. ‘Het is vogelpoep!’

‘Bâh, wat vies,’ roept Harrie. Plets. Plets. Plets. ‘Wat moeten we doen?’

Toeloeloe denkt na. Ze kijkt omhoog. Er vallen steeds meer poepjes uit de lucht. Die stomme vogels ook.

Hé, maar wacht eens even. Dat is vreemd. Er zijn helemaal geen vogels.

‘Harrie,’ zegt Toeloeloe. Precies op dat moment valt er iets in haar mond. Plets.

Het voelt nat en koud. Maar het smaakt niet vies. Het smaakt eigenlijk nergens naar. En het stinkt ook niet.

‘Het is helemaal geen vogelpoep!’ roept Toeloeloe. ‘Maar wat is het dan wel?’

Ze kijkt naar de lucht. Er vallen steeds meer witte dingen naar beneden. Het zijn er wel duizenden!

‘Oh, Toeloeloe, kijk eens naar de grond,’ zegt Harrie.

Toeloeloe kijkt naar beneden. Ze weet niet wat ze ziet.

Het groene gras is verdwenen. De grond is helemaal wit.

‘Hûh? Hoe kan dat nou?’ vraagt Toeloeloe verbaasd. ‘Heb jij al het gras opgegeten?’

Harrie moet lachen. ‘Jakkes. Ik lust helemaal geen gras.’

Toeloeloe en Harrie begrijpen er helemaal niets meer van. Alles om hen heen wordt langzaam wit. De grond, de struiken en de takken van de bomen.

Daar komt Simone het schaap aan. ‘Mooi hè?’ zucht ze. ‘De hele wereld is wit. Vinden jullie het niet prachtig?’

Toeloeloe en Harrie knikken. ‘Het is heel mooi,’ zegt Toeloeloe. ‘Maar hoe kan dit? Wat gebeurt er?’

‘Het sneeuwt!’ lacht Simone.‘Hebben jullie nog nooit sneeuw gezien?’

‘Nee,’ antwoordt Toeloeloe. ‘Op ons eiland sneeuwt het nooit.’

‘Is het gevaarlijk?’ vraagt Harrie verschrikt.

‘Welnee,’ lacht Simone. ‘Sneeuw is gewoon bevroren regen. Sneeuw is juist leuk. Je kan er lekker in spelen.’

Met haar twee voorpootjes pakt ze een hoopje sneeuw en maakt er een bal van. Ze gooit de sneeuwbal precies op Toeloeloe’s hoofd.

‘Oh,’ roept Toeloeloe. Ze maakt snel een sneeuwbal en gooit die naar Simone. Mis!

‘Ha,ha, lekker mis,’ lacht Simone. Ze ziet niet dat Harrie ook een sneeuwbal heeft gemaakt. Hij gooit. Raak! Precies op de billen van Simone. Ze moeten alle drie heel hard lachen.

‘Nu gaan we een sneeuwpop maken,’ roept Simone.

Ze rolt een grote sneeuwbal en ook nog een kleine. Ze zet de twee sneeuwballen op elkaar. Ze tekent een gezichtje en drie knopen.

‘Kom, nu gaan we een Harrie van sneeuw te maken. Dat is leuk!’

Samen gaan ze hard aan het werk. Toeloeloe begint aan de snuit, Simone maakt 4 poten en Harrie maakt een mooie lange staart.

Even later ligt er een prachtige sneeuwhagedis in de wei.

  • Toeloeloe en Harrie