6. Ding dong. 2017-09-28T17:45:19+00:00

6. Ding dong.

Toeloeloe en Harrie liggen lekker te slapen in de warme vacht van Simone het schaap. Ze dromen over hun tropische eiland, waar de zon altijd schijnt.

Plotseling wordt Toeloeloe wakker. Ze rekt zich even lekker uit en kijkt om zich heen.

Ze ziet een mooie blauwe lucht. Er zijn een paar kleine witte wolkjes.

Hé, wat is dat nou? Toeloeloe kan haar oogjes niet geloven. De wereld is weer helemaal groen. Alle sneeuw is verdwenen.

Snel maakt Toeloeloe Harrie wakker. ‘Harrie. Harrie!’ tettert ze in zijn oor. ‘Wakker worden. De wereld is weer groen getoverd!’

Harrie doet zijn ogen open. ‘Oh, wat mooi!’ roept hij blij. ‘En het zonnetje schijnt. Het is heerlijk warm.’ Hij doet meteen zijn sjaal af.

Toeloeloe trekt haar sokjes uit en glijdt van Simone’s rug. De grassprietjes kriebelen onder haar pootjes. Dat is een grappig gevoel. Ze springt en danst in het rond.

‘Kom Harrie,’ zegt Toeloeloe vrolijk. ‘We gaan lekker in het zonnetje liggen. Eindelijk is het weer een beetje warm.’

Even later liggen de twee vriendjes languit op hun rug in het gras. Mmmmm, wat is het fijn dat het zonnetje schijnt. Harrie valt bijna weer in slaap.

Ding dong. Ding dong, klinkt het ineens.

‘Hoor jij dat ook?’ vraagt Toeloeloe verbaasd aan Harrie.

Harrie knikt.  Ding dong. Ding dong. Daar is het vreemde geluid weer. Ding dong. Ding dong.

‘Kom, we gaan kijken waar het geluid vandaan komt,’ zegt Toeloeloe.

Ze springt overeind en trekt Harrie aan zijn staart.

‘We moeten die kant op,’ roept ze en ze rent weg. Harrie sjokt achter haar aan. Hij was liever lekker in het zonnetje blijven liggen.

Het geluid wordt steeds harder en harder. DING DONG!  DING DONG!

Plotseling blijft Toeloeloe staan. Ze wijst in de verte. ‘Kijk daar,’ fluistert ze opgewonden. ‘Daar beweegt iets.’

Harrie ziet het ook. Er ligt iets wits in het gras. Het is geen sneeuw en ook geen schaap. Maar wat is het dan wel?

Toeloeloe is nu wel heel nieuwsgierig geworden. Ze rent er naar toe.

‘Voorzichtig!’ roept Harrie, maar Toeloeloe luistert niet. Harrie loopt snel achter haar aan.

‘Wat is dat toch voor vreemds?’ mompelt hij. ‘Als het maar geen gevaarlijk dier is.’

Toeloeloe staat stil. ‘Kijk nou eens,’ roept ze hard. Ze wijst naar een heleboel kleine witte bloemetjes. Ze bewegen zachtjes in de wind. DING DONG! DING DONG! Wat maken ze een lawaai!! Harrie houdt zijn poten voor zijn oren.

‘Mooi hè,’ roept Toeloeloe.

Harrie knikt.

Toeloeloe loopt naar de bloemetjes toe. ‘Wat zijn jullie prachtig,’ schreeuwt ze. ‘Wie zijn jullie en waarom maken jullie zo’n lawaai?’

‘We zijn sneeuwklokjes,’ antwoordt het kleinste bloemetje. ‘We zijn zo blij dat de lente er al bijna aankomt. Daarom luiden we onze klokjes.’

‘Ik vind het fijn dat jullie zo blij zijn,’ roept Toeloeloe, ‘maar kunnen jullie dat niet een beetje zachter doen. Ik krijg hoofdpijn van jullie.’

De sneeuwklokjes zijn meteen stil.

‘Sorry,’ zegt het kleinste sneeuwklokje, ‘maar we zijn ook zó blij. We houden heel erg van sneeuw, maar we zijn dol op de lente. Dan wordt het lekker warm en komen er weer blaadjes aan de bomen. En overal zie je kleine bloemetjes.’

Toeloeloe kijkt om zich heen. ‘Ik zie helemaal geen kleine bloemetjes. Ik zie alleen maar gras.’

‘Dan heb je niet goed gekeken,’ zegt het kleine sneeuwklokje. ‘Ze zijn echt overal. Je moet alleen goed zoeken.’

 

 

  • Toeloeloe en Harrie