7. Zoveel kleuren! 2017-09-28T17:48:11+00:00

7. Zoveel kleuren!

Toeloeloe en Harrie zijn op zoek naar bloemetjes.

Het sneeuwklokje heeft verteld dat het bijna lente is en dat er overal kleine bloempjes bloeien.

Ze kijken goed om zich heen.

‘Ik zie helemaal niets,’ zegt Toeloeloe ongeduldig. ‘Ik zie alleen maar gras. Gras, gras en nog eens gras.

Harrie knikt.

‘Ik denk dat het sneeuwklokje ons voor de gek heeft gehouden,’ bromt Toeloeloe. ‘Er zijn hier helemaal geen bloemetjes. Alleen maar grassprietjes. Duizenden grassprietjes.’

‘En schapen,’ mompelt Harrie.

‘Ik ga niet verder zoeken,’ moppert Toeloeloe. ‘Ik heb er geen zin meer in. We kunnen ze toch niet vinden.’

Ze gaat in het gras liggen en kijkt naar de blauwe lucht.

Harrie kruipt naast haar. Hij doet zijn oogjes dicht en valt meteen in slaap.

Toeloeloe voelt een zacht windje op haar wangen.

Snuf. Snuf. Wat ruikt de wind lekker!

Toeloeloe staat op. Snuf snuf. Mmmm, wat een heerlijke geur! Het ruikt een beetje zoet.

Waar komt het vandaan?

Toeloeloe begint te lopen. Snuf. Snuf. De geur wordt steeds sterker.

Ze klimt over een klein heuveltje.

Ooooh! Toeloeloe’s ogen worden groot van verbazing. Ze weet niet wat ze ziet.

Het gras is niet meer groen, maar paars, roze, wit, rood en geel. Overal staan bloemetjes.

‘Wat mooi!’ mompelt Toeloeloe. ‘Het lijkt wel of iemand het gras betoverd heeft. Dit moet Harrie zien.’

Ze rent zo snel als ze kan naar haar vriendje. Die ligt nog steeds lekker te slapen.

Toeloeloe plukt een grassprietje. Ze kriebelt Harrie onder zijn snuit.

Harrie trekt een raar gezicht. ‘Hmmmmm,’ mompelt hij. Met zijn pootje krabt hij aan zijn snuit.

Hij wordt niet wakker.

Toeloeloe probeert het nog een keer. Het lukt nog steeds niet. Harrie slaapt gewoon door. Het is ook zo’n slaapkop!

Maar Toeloeloe weet wel hoe ze Harrie wakker moet krijgen. Met haar tien pootjes kietelt ze Harrie op zijn buik, onder zijn snuit en onder zijn poten.

‘Hoehahoehaha,’ roept Harrie. Hij is meteen klaarwakker. ‘Hoehahoehaha.’

Hij slaat met zijn pootjes om zich heen. ‘Hou op!’ roept hij lachend. ‘Hou op! Je weet dat ik niet tegen kietelen kan. Hoehahoehaha!’

Toeloeloe stopt. Het is gelukt. Harrie is wakker!

‘Waarom kietel je me zo?’ vraagt Harrie hijgend. ‘Ik lag net zo lekker te slapen.’

Toeloeloe lacht. ‘Ik heb een verrassing voor je. Een hele leuke verrassing. Sta maar gauw op. Ik breng je er naar toe.’

Harrie staat langzaam op.

‘Je moet je ogen dicht doen,’ zegt Toeloeloe streng. ‘Anders is het geen verrassing.’

Ze pakt Harrie’s poot en samen lopen ze naar het heuveltje.

Harrie vindt het heel spannend. Hij kijkt stiekem door de spleetjes van zijn ogen. Wat zou de verrassing zijn? Toeloeloe bedenkt altijd van die rare dingen.

‘Oh Harrie,’ roept Toeloeloe dan. ‘Je kijkt! Dat mag niet.’

Harrie knijpt zijn ogen dicht en slaat een poot voor zijn gezicht. Nu kan hij echt niets meer zien.

‘We moeten nu een klein heuveltje beklimmen en dan zijn we er,’ zegt Toeloeloe.

Harrie wordt een beetje zenuwachtig. Wat gaat er toch gebeuren?

Dan staan ze op de heuvel. ‘Doe je ogen maar open!’ zegt Toeloeloe.

Harrie weet niet wat hij ziet. Wat veel bloemen en wat een prachtige kleuren!

‘Wat mooi,’ roept hij. ‘Het sneeuwklokje had dus toch gelijk!’

Ze rennen van het heuveltje. Even later staan ze midden tussen alle bloemen. Wat een feest!

  • Toeloeloe en Harrie